Orlando H.A. Mo-Ajok
Functie Fiscalist/bedrijfsjurist
Bedrijf Juridisch Raadsman
Locatie Amsterdam
Profiel delen
Hulp nodig?

Hulp nodig?

Wij helpen je graag verder!

Hulp online Of bel 085-0657432

Orlando H.A. Mo-Ajok

Orlando Mo-Ajok is een ervaren fiscalist en bedrijfsjurist. Hij is gespecialeerd in belastingrecht, ondernemingsrecht en contractenrecht. Hij is een expert in het adviseren van ondernemers werkzaam in het MKB-bedrijf en DGA’s en adviseert ondernemers ter zake de fiscale- en civiele aspecten van hun bedrijfsvoering, contractenrecht, samenwerkingsverbanden (joint ventures), overnames (zowel koop als verkoop),  fusies, alsmede private equity investeringen. Orlando adviseert onder meer over het omzetten van een eenmanszaak in een BV, holdingstructuur, aandelentransacties, activa/passiva-transacties, joint ventures en participatieplannen. 

Zijn kerncompetenties zijn: resultaatgericht, doortastend en vasthoudend. Verder beschikt hij over een goed ontwikkeld analytisch vermogen (zowel juridisch als cijfermatig) en kan snel schakelen. Orlando kan met zijn scherpe en analytisch vermogen juridische vraagstukken snel doorgronden en problemen tot de kern brengen. 

Zijn motto in het zakelijk verkeer is: contractspartijen dienen betrouwbaar te zijn en integer te handelen. Zij behoren op transparante, respectvolle en harmonieuze wijze met elkaar samen te werken. Zij dienen de redelijkheid en billijkheid (ofwel goede trouw) in acht te nemen en behoren rekening te houden met elkaars gerechtvaardigde belangen. Immers, het naleven van deze spelregels is cruciaal voor het bereiken van optimale resultaten.

Orlando heeft een hands-on mentaliteit, is pragmatisch, flexibel en stressbestendig. Orlando is een open, begripvol en empathisch persoon en heeft een goed oog voor tegenstrijdige belangen en weet daar waar nodig compromissen in te bereiken.

Voor een overzicht van de rechtsgebieden waarop Orlando actief is, verwijst hij je graag naar www.juridisch-raadsman.nl

Betalingsonwil en bestuurdersaansprakelijkheid!

Het niet betalen van facturen lijkt tegenwoordig het “nieuwe normaal”! Uit de praktijk blijkt dat het met enige regelmaat voorkomt dat een bestuurder van een besloten vennootschap ook al staat de vordering van de debiteur onherroepelijk vast, toch moedwillig en botweg weigert om de schuld van de vennootschap te betalen. Vaak wordt, teneinde de verhaalsmogelijkheden van de debiteur te beperken, samengespannen met een malafide pandhouder, worden vermogensbestanddelen weggesluisd of wordt gesjoemeld met de resultaten van de vennootschap. In een dergelijke situatie is de hamvraag: kan de malafide bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld worden wegens het willens en wetens creëren van betalingsonwil zijdens de vennootschap. Dit wordt externe bestuurdersaansprakelijkheid genoemd. Het is vaste rechtspraak dat in geval van benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van zijn vordering – afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval –  de bestuurder persoonlijk aansprakelijk is als die bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. Een bestuurder van een vennootschap is in de meeste gevallen van betalingsonwil persoonlijk aansprakelijk omdat hij het in zijn macht heeft om de vordering van de debiteur te betalen. Anders gezegd: de bestuurder kan als de vennootschap over middelen beschikt het persoonlijk ernstig verwijt gemaakt worden dat hij/zij betaling heeft gefrustreerd.  Wil je weten wat je mogelijkheden zijn? Schakel Orlando Mo-Ajok in hij is gespecialiseerd in het aansprakelijk stellen van bestuurders wegens het bewerkstelligen/toelaten van betalingsonwil en het frustreren van verhaalsmogelijkheden.
Orlando H.A. Mo-Ajok

Orlando H.A. Mo-Ajok

Fiscalist/bedrijfsjurist
€ 850,-
Bekijk product

Samenwerkingsovereenkomst: welke onderwerpen moeten worden geregeld?

Uit de dagelijkse praktijk blijkt dat het regelmatig voorkomt dat met elkaar contracterende partijen ter verwezenlijking van, respectievelijk ter optimalisering van hun doelstellingen/bedijfsbelangen besluiten een joint venture-vennootschap op te richten. Een joint venture-vennootschap die louter ten behoeve van de uitvoering van de samenwerking is opgericht en die louter als doel heeft om de samenwerking tussen partijen te faciliteren verkeert in een afhankelijkheidspositie, omdat de samenwerking tussen de partners de bestaansvoorwaarde is voor de joint venture-vennootschap. Zo’n vennootschap dient als een onzelfstandige vennootschap te worden aangemerkt, omdat beleid en strategie van de vennootschap door de joint venture-partners wordt bepaald. De samenwerking in een joint venture-vennootschap betreft een commerciële samenwerking die is gebaseerd op het principe “samen uit, samen thuis” en heeft als uitganspunt dat het gemeenschappelijk belang zwaarder weegt dan het eigenbelang. De aard en omvang van de wederzijdse rechten en verplichtingen van de joint venture-partners wordt enerzijds bepaald door het dwingend vennootschapsrecht en anderzijds de samenwerkingsovereenkomst. In de samenwerkingsovereenkomst formuleren partijen hun wederzijdse rechten en verplichtingen. Partijen kunnen en mogen op basis van de contractuele vrijheid in de samenwerkingsovereenkomst van alles afspreken. Uiteraard staan de commerciële en persoonlijke aspecten voorop, maar voor een goed resultaat moeten uiteindelijk ook de afspraken goed en volledig worden vastgelegd. De joint venture-partners zullen over de mogelijkheid willen beschikken om het beleid in de joint venture-vennootschap te sturen, zodat van te voren nagedacht moet worden op welke wijze het instructierecht geregeld wordt.
Orlando H.A. Mo-Ajok

Orlando H.A. Mo-Ajok

Fiscalist/bedrijfsjurist
€ 650,-
Bekijk product

Wat wordt in een aanneemovereenkomst geregeld?

Aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de aannemer met de opdrachtgever afspreekt om een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren met als tegenprestatie een door de opdrachtgever te betalen vaste aanneemsom. Van aanneming van werk is onder meer sprake als er een bouwwerk opgericht moet worden (het plaatsten van een dakkapel, het aanbrengen van een uitbouw of het realiseren van een dakterras). Ook het verbouwen of slopen van een bouwwerk valt onder aanneming van werk.  Echter, aanneming van werk omvat veel meer dan de (ver)bouw van een woning of bedrijfsruimte. Het maken van een audiovisueel werk zoals een reclamefilm wordt ook als aanneming van werk beschouwd. De aannemer heeft als hoofdverplichting het aangenomen werk binnen de overeengekomen termijn op te leveren. Opleveren is het na voltooiing van het werk aan de opdrachtgever ter beschikking stellen van het werk. Juridisch is van oplevering pas sprake als het werk door de opdrachtgever is aanvaard. Daarvoor gelden speciale regels. De aannemer moet allereerst de voltooiing van het werk aan de opdrachtgever kenbaar maken en de opdrachtgever  verzoeken op te nemen (lees: inspecteren). Indien de aannemer te kennen heeft gegeven dat het werk klaar is om te worden opgeleverd en de opdrachtgever het werk niet binnen een redelijke termijn keurt en al dan niet onder voorbehoud aanvaardt dan wel onder aanwijzing van de gebreken weigert, wordt de opdrachtgever geacht het werk stilzwijgend te hebben aanvaard. Na de aanvaarding wordt het werk als opgeleverd beschouwd. Na oplevering is het werk voor risico van de opdrachtgever. Derhalve blijft hij de prijs verschuldigd, ongeacht tenietgaan of achteruitgang van het werk door een oorzaak die niet aan de aannemer kan worden toegerekend.
Orlando H.A. Mo-Ajok

Orlando H.A. Mo-Ajok

Fiscalist/bedrijfsjurist
€ 650,-
Bekijk product

Hoe pak je een malafide bestuurder aan?

Malafide bestuurders lijken tegenwoordig schering en inslag. Uit de dagelijkse praktijk blijkt dat malafide bestuurders regelmatig bewust en opzettelijk misbruik maken van de mogelijkheid om een vennootschap door middel van een “turboliquidatie” te ontbinden. Een turboliquidatie is mogelijk op het moment dat een vennootschap niet langer over baten beschikt om haar schuldeisers te  betalen. Malafide bestuurders maken ook met regelmatig gebruik van een katvanger die de aandelen van een verlieslijdende vennootschap overneemt en daarna failliet laat gaan. Echter, vlak voor het faillissement worden de bezittingen weggesluisd en blijven de schulden onbetaald. De katvanger – die meestal geen verhaal biedt – blijft met de schulden zitten. Het ontbinden van een vennootschap door middel van een turboliquidatie is voor malafide bestuurders een geschenk uit de hemel omdat anders dan bij een faillissement er geen curator wordt benoemd, die wellicht allerlei lastige vragen zou kunnen stellen ter zake het door de bestuurders gevoerde beleid. Bovendien behoeft de directie in het geval van een turboliquidatie géén financiële  verantwoording af te leggen. Kortom de wet biedt malafide bestuurders de mogelijkheid  om schuldeisers na de ontbinding van de vennootschap met lege handen achter te laten. Het bewerkstelligen of toelaten dat een vennootschap haar schulden niet kan betalen wordt juridisch als betalingsonwil, respectievelijk frustratie van verhaal en betaling aangemerkt, hetgeen onrechtmatig is. Uit de praktijk blijkt dat de meeste schuldeisers hun verlies snel accepteren, omdat zij ervan uitgaan dat zij het onrechtmatig handelen van de bestuurder niet kunnen bewijzen. Het probleem van bewijsnood kan echter worden opgelost door de exhibitieplicht. 
Orlando H.A. Mo-Ajok

Orlando H.A. Mo-Ajok

Fiscalist/bedrijfsjurist
€ 950,-
Bekijk product

Aan welke eisen dient een vaststellingsovereenkomst te voldoen?

Het is in de dagelijkse praktijk gebruikelijk dat wanneer een werkgever en een werknemer besluiten om in goed overleg een arbeidsovereenkomst vrijwillig en met wederzijds goedvinden te beëindigen, daartoe een vaststellingsovereenkomst wordt afgesloten.  Een vaststellingsovereenkomst is een overeenkomst waarbij partijen zich, ter voorkoming of beëindiging van onzekerheid of geschil omtrent hun rechtspositie over en weer, jegens elkaar binden aan een vaststelling daarvan. Wees je ervan bewust dat een vaststellingovereenkomst nadat partijen wilsovereenstemming hebben bereikt niet ontbonden of vernietigd kan worden. Er is dan in principe géén weg terug! De in een vaststellingsovereenkomst gemaakte afspraken zijn juridisch afdwingbaar (grondslag: nakoming). Juridische procedures kunnen echter kostbaar en langdurig zijn en daarom geef ik er de voorkeur aan om in de vaststellingsovereenkomst “als stok achter de deur” een boetebeding op te nemen. De vaststellingsovereenkomst heeft ten doel jouw toekomstige rechtspositie ten opziochte van jouw voormalige werkgever te bepalen en vast te leggen. Het is dan van cruciaal belang dat alle tussen partijen gemaakte afspraken duidelijk en op ondubbelzinnige wijze in de overeenkomst staan vermeld. Kortom: de afspraken dienen concreet en nauwkeurig in de vaststellingsovereenkomst te worden omschreven.  In een vaststellingsovereenkomst wordt meestal ook een bepaling opgenomen waarin vermeld staat dat partijen tot het sluiten daarvan hebben besloten, na het inwinnen van juridisch advies en waarbij een redelijke bedenktijd in acht is genomen. Partijen hebben na afweging van alle goede en kwade kansen vervolgens besloten de arbeidsovereenkomst (of het geschil) te beëindigen door middel van het sluiten van een vaststellingsovereenkomst.
Orlando H.A. Mo-Ajok

Orlando H.A. Mo-Ajok

Fiscalist/bedrijfsjurist
€ 750,-
Bekijk product

BV ja, BV nee; wanneer is het fiscaal aantrekkelijk om een eenmanszaak om te zetten in een BV?

Het omzetten van een eenmanszaak in een BV kan financieel aantrekkelijk zijn omdat zowel een belastingbesparing als een rentevoordeel behaald kan worden. Of het realiseren van een fiscaal en rentevoordeel mogelijk is hangt primair af van de hoogte van het bedrijfsresultaat (de nettowinst).  Een andere belangrijke factor is het door de ondernemer als DGA (Directeur/GrootAandeelhouder) te verdienen salaris dat hij/zij nodig heeft om zijn/haar privé bestedingen te kunnen bekostigen. Vanuit een fiscale optiek is het belangrijkste motief om een onderneming in de BV-vorm uit te oefenen: het verschil in belastigtarieven. Immers, het tarief van de  vennootschapsbelasting (16,5% en 25%) is beduidend lager dan het voor een IB-ondernemer geldende effectieve toptarief van de inkomstenbelasting van 42,57% (hierbij is rekening gehouden met de ondernemingsvrijstelling). De BV-vorm lijkt hierdoor stukken aantrekkelijker. Echter, daar staat tegenover dat de Wet op de inkomstenbelasting speciale ondernemingsfaciliteiten (onder andere ondernemersaftrek en startersaftrek) bevat. De hoogte van het door de BV aan de DGA te betalen salaris (gebruikelijk loon) is de doorslaggevende factor voor het antwoord op de vraag of er een fiscaal en dus financieel voordeel gerealiseerd kan worden.  De omvang van de privé bestedingen van de DGA en daarmede de hoogte van het uit de BV door de DGA te ontvangen salaris is ook van essentieel belang voor het antwoord op de vraag of er in de BV-vorm een fiscaal en dus financieel voordeel gerealiseerd kan worden. Immers, in de BV kan pas worden ‘gespaard‘ als een belangrijk/groot deel van het bedrijfsresultaat niet behoeft te worden aangewend voor het betalen van sala­ris aan de DGA.
Orlando H.A. Mo-Ajok

Orlando H.A. Mo-Ajok

Fiscalist/bedrijfsjurist
€ 950,-
Bekijk product

Is een aandeelhoudersovereenkomst noodzakelijk?

Het komt in de praktijk regelmatig voor dat met elkaar samenwerkende ondernemers teneinde hun civielrechtelijke aansprakelijkheid te beperken geadviseerd wordt om de samenwerking in de BV-vorm te gieten. De BV-vorm biedt voorts de mogelijkheid om een aantal fiscale faciliteiten optimaal te kunnen benutten waardoor eventueel ook belastingvoordelen gerealiseerd kunnen worden (belastingbesparing of het uitstellen van betaling van belasting). Verder worden ondernemers die voor de BV-vorm kiezen in de meeste gevallen geadviseerd om hun belang in de werkmaatschappij te houden door middel van een persoonlijke houdstermaatschappij (de Personal Holding).  De meeste ondernemers realiseren zich niet dat de blokkeringsregeling met betrekking tot de verkoop van aandelen van de werkmaatschappij niet van toepassing is op de verkoop van aandelen van een Personal Holding, zodat een eventueel verbod om die aandelen aan een wildvreemde derde te verkopen niet in de statuten van de werkmaatschappij geregeld en opgenomen kan worden. Uit de dagelijkse praktijk blijkt dat samenwerkende partijen door de realiteit worden ingehaald en opeens geconfronteerd worden met situaties die ze bij het aangaan van de overeenkomst niet hebben zien aankomen.  Succes is het belangrijkste doel van een samenwerking en zolang het goed gaat met de onderneming zal het ontbreken van aanvullende afspraken niet tot problemen leiden. Toch is het goed om, zowel bij het aangaan van een samenwerking als  gedurende de samenwerking, rekening te houden met omstandigheden en situaties die het succes van de onderneming kunnen aantasten. Door duidelijke schriftelijke afspraken te maken kunnen vooraf ingewikkelde zaken worden geregeld en mogelijke zakelijke geschillen worden voorkomen.
Orlando H.A. Mo-Ajok

Orlando H.A. Mo-Ajok

Fiscalist/bedrijfsjurist
€ 750,-
Bekijk product

Holdingstructuur: wanneer en hoe?

In de fiscale adviespraktijk geldt als uitgangspunt: “één BV is géén BV“.  Ben je ondernemer en ben je van plan om jouw  eenmanszaak in de BV-vorm voort te zetten, dan is het verstandig om direct een holdingstructuur tot stand te brengen. Een holdingstructuur betreft de situatie waarin de aandelen van de werkmaatschappij gehouden worden door een persoonlijke houdstermaatschappij. In een holdingstructuur kunnen meerdere vennootschappen met elkaar verbonden. worden. De meest voorkomende situatie is de situatie waarin de DGA (DirecteurGrootAandeelhouder) 100% van de aandelen van de holding bezit. De holding houdt op haar beurt weer de aandelen in de werkmaatschappij. In de dagelijkse praktijk wordt altijd geadviseerd waardevolle activa, zoals het bedrijfspand, onder te brengen in een separate vastgoed-BV. De risicovolleactiviteiten worden in de werkmaatschappij uitgeoefend.  Vanuit fiscale optiek is van belang dat de Werk-BV jaarlijks de nettowinst (na ven­nootschapsbelasting) belastingvrij als dividend op grond van een speciale belastingregel (de deelnemingsvrijstelling) aan de Personal Holding kan overmaken. In de Personal Holding kan vervolgens de AB-claim worden uitge­steld door de winst in de personal holding te reserve­ren en geen dividend naar privé uit te keren.  Als een natuurlijk persoon de aandelen  van de Werk-BV in privé houdt en een holdingstructuur tot stand wenst te brengen, dan zullen de aandelen van de Werk-BV onder de holding moeten komen te hangen. Dus de eigendom van de aandelen van de Werk-BV zullen aan de Holding-BV moeten worden overgedragen. Dit kan op de volgende 2 manieren worden geregeld: verkoop van de aandelen in de Werk-BV aan de Holding-BV;  aandelenfusie (d.w.z. verkoop tegen aandelen).  
Orlando H.A. Mo-Ajok

Orlando H.A. Mo-Ajok

Fiscalist/bedrijfsjurist
€ 750,-
Bekijk product

Bibobvergunning: advies, aanvraag en begeleiding.

Het College van Burgemeester & Wethouders van een gemeente is op grond van de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) bevoegd de aanvraag van betrokkene om een vergunning af te wijzen als er een ernstig gevaar (ook wel: gegronde vrees) bestaat dat die vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten en dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. In de meeste gevallen wordt tevens het het Landelijk Bureau Bibob (kortweg: LBB) verzocht een advies uit te brengen. De Wet Bibob beoogt te voorkomen dat door het verlenen van vergunningen de overheid onbedoeld criminele activiteiten faciliteert. Het bibob-instrumentarium is bedoeld om bestuursorganen te informeren over het gevaar dat een vergunning misbruikt zullen worden ten behoeve van criminele activiteiten. Kortom: het risico de vergunning criminaliteit zal faciliteren. In dat verband is wellicht goed om te weten dat als aan de aanvrager een ontnemimgsmaatregel is opgelegd het College niet kan stellen dat de aanvrager nog steed de beschikking heeft over het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel. Voorts dient het vermoeden dat in de toekomst wellicht opnieuw een strafbaar feit gepleegd zal worden gebaseerd te zijn op een concreet begin van bewijs. Immers een vermoeden betreft niets anders dan een speculatieve veronderstelling. Voor de aannemelijkheid, betrouwbaarheid en houdbaarheid van een vermoeden is enig concreet begin van bewijs vereist. Kortom: er dienen voldoende feiten en omstandigheden aanwezig te zijn die tot de overtuiging zouden kunnen leiden dat de aanvrager in de toekomst daadwerkelijk opnieuw strafbare feiten zal plegen.  
Orlando H.A. Mo-Ajok

Orlando H.A. Mo-Ajok

Fiscalist/bedrijfsjurist
€ 750,-
Bekijk product

Label van:

In samenwerking met: